Met de prachtige huwelijksceremonie van lieve vrienden aan het begin van mijn vakantie nog vers in het geheugen, is het een warme warme dag als ik door een Noord-Franse stad slenter. Winkeliers houden angstvallig hun deuren dicht om de warmte buiten en de koelte binnen te houden. In een etalage zie ik wat mooie aparte sieraden liggen en ik probeer door het raam te kijken of het de moeite waard is om naar binnen te gaan. Ik zie niet veel meer dan mijn eigen spiegelbeeld en wat diademen, aan de rechterkant van de winkel. Resoluut duw ik de deur open waar ik recht in de armen van de eerst onzichtbare verkoper loop, die me grijnzend en handenwrijvend al staat op te wachten. Tot mijn verbijstering zie ik plots twee meter achter hem een indrukwekkende collectie trouwjurken in voornamelijk wit en roze en andere kleuren die pijn doen aan mijn kiezen.
Helaas kan ik niet zo snel op de Franse variant van ‘oeps’ komen maar ik denk dat mijn verschrikte blik gecombineerd met mijn rood aangelopen gezicht boekendelen spreekt. Ik stamel in mijn beste Frans dat ik – malheureusement – geen plannen in die richting heb en maak mij schielijk uit de voeten. Tenzij het universum mij een poets wil bakken vind ik één bruiloft per vakantie wel genoeg.

Naschrift – Twee dagen later werd ik bij de wensbron van een oude vervallen abdij aangesproken door een uitgetreden monnik op leeftijd, die me met zijn hand op mijn schouder niet alleen het gezelschap van God toewenste, maar ook op korte termijn ‘iets moois’ voor mij voorzag. “Verwacht het onverwachte”. En nee, ik had hem niet verteld van mijn trouwjurken-encounter. Misschíen hou ik jullie op de hoogte...